Sterven is als geboren worden - Luc Schouten

Sterven is als geboren worden - Luc Schouten
Ik kijk toe hoe je ademhaling zich grillig verandert. Voor mijn gevoel lig je als een vis op het droge naar adem te happen en lijkt het alsof je stikt. De verpleegkundige verzekert me dat jij er echt niets van merkt. Je bent zo stoned als een garnaal van de morfine. De afgelopen nacht ben je door de fase van cheyne stoke-ademhaling gegaan. Een vriendin vroeg me op enig moment of je al in deze fase was aangekomen.
Ik moest eerst googelen wat dat is, ik had me er nog nooit in verdiept. Je adem zakt dan langzaam weg totdat ie helemaal stil valt, althans dat denk je. En dan enkele seconden later moet je weer een teug uit je kleine teen halen, net alsof je vanuit het diepe weer boven water komt. De eerste paar keren dacht ik echt, dit is het dan. Maar dan blijft het patroon zich door de uren herhalen. Ik heb er vannacht wel op liggen waken, scherp luisteren of ik steeds hetzelfde patroon blijf horen.
Nachtzuster Stef
Deze nacht waak ik aan je bed. Ze hebben een extra bed in de kamer geschoven, werkelijk alles kan hier, wat een lieve, attente en zorgzame verpleging. Nachtverpleger Stef komt geregeld even kijken en stelt jou en mij gerust. We raken in gesprek. Stef is bijna 65 en draait alleen maar nachtdiensten. ’s Ochtends slaapt hij en ’s middags doet hij de dingen die hij wil of moet doen. Het is hem aan zijn ogen aan te zien. Maar wat doet deze man zijn werk liefdevol! In stilte kijk ik toe hoe hij jou verzorgt.
Hij vertelt dat hij er wel klaar mee is om steeds maar weer bijscholing te doen. Dat betekent dat hem wat privileges zijn ontnomen. Zo mag hij jou geen medicatie toedienen. Daarvoor komt weer een andere nachtzuster. Zonder de Steffen van deze wereld geen zorg in de nacht. Stef is een #Harry. Ik heb een diep respect voor Stef. Door deze ene nacht samen aan het bed van mijn moeder door te brengen, terwijl zij haar laatste strijd voert, voelt het heel intiem.
Nog even buurten met je buuf
Gérard van tante Miet appt dat hij morgen om 18:30 wil langs komen met Miet. Ik vertel hem dat het laatste uur of de laatste uren toch echt wel zijn aangebroken. Even later appt hij dat hij er over drie kwartier is. Tante Miet met Gérard en Mieke komen binnen. Tante Miet is 96 en is helemaal ondersteboven. Ze vraagt me of Suus zometeen naar huis gaat. Ik stel haar gerust dat mam toch echt aan het doodgaan is. Ze raakt verward en ik zeg haar dat ze rustig nog wat met mam kan buurten. Mam hoort het wel.
Later hoor ik van Gérard dat er met tante Miet geen richt mee te schieten is. Ik zeg hem dat hij haar goed in de gaten moet houden. 96 en dan zo je oude buurvrouwke weg zien glijden is niks gedaan. Haar kinderen Gérard en Mieke staan vol ongeloof te kijken, naar mam, maar ook hoe tante Miet op mam reageert. De tijd tikt verder.
Sterven is een proces
Doodgaan is een proces. Ik merk dat de dood al een paar uur de overhand over mam aan het nemen is. Haar onderbenen en handen worden koel terwijl haar hoofd heel warm is omdat het lijf erg hard moet werken om nog adem te halen. Ondertussen word ik ineens ondergespetterd met groen snot dat uit je mond komt. Het is de snot die je al dagenlang dwars zit maar die jij niet weggehoest krijgt. Het werkt zich langzaam een weg naar de uitgang. Ik weet me er geen raad mee, maar verpleegkundige Marlou laat me zien hoe ik dat het beste kan schoonmaken. Nu kan ik het zelf. Ik houd je mond schoon.
Iemand vertelde me later dat geboren worden en sterven eigenlijk heel vergelijkbare processen zijn. Het gaat met veel slijm en troep gepaard. Ik realiseer me dat dit niet een splitseconde duurt. We hebben je ook al even niet meer als een hamburger op de bakplaat gekeerd. Het heeft geen zin meer. Bovendien kan elke omkering je laatste ademteug aankondigen. Aan je lijf zie je ook dat de dood het bloed onregelmatig in je lijf verdeelt. In de lichaamsdelen die onder liggen, verzamelt zich al het bloed en vormen zich donkere plekken.
Dit is het
Dan nadert toch echt het moment van je allerlaatste snik. Ik vind het eng omdat ik niet weet wat ik kan verwachten en ik toch de indruk heb dat je ligt te stikken. Ik druk op het alarm en verpleegkundigen Marlou en Marian staan onmiddellijk naast me. Ze helpen jou en mij door jouw laatste momenten heen. We kijken hoe de slagader in je hals stil valt. Marlou zegt: ‘Dit is het.’ Ik maak je mond nogmaals schoon en blijf aan je bed zitten en eromheen dralen. Ondertussen laat ik diverse mensen weten dat je bent heengegaan.
De scheepstrossen van het leven lossen
Ik vind toch dat je een doodstrijd hebt moeten voeren. Ik denk dat het komt omdat je al 39 jaar lang alleen bent en de touwtjes allemaal zelf in de hand hebt moeten houden en hebt genomen. Die moesten nu ineens allemaal los gelaten worden. Dat waren verdorie trossen waarmee je een cruiseschip aan wal vastlegt! Ik riep al een week tegen je: ‘Laat maar los, je mag gaan, het is goed, je hebt het goed gedaan en als je pap ziet dan moet je keihard rennen hoor!’ Maar die dikke trossen aan touwtjes, die waren niet zomaar allemaal uit jouw handen los te rukken. Ik dacht nog, zal ik de snoeischaar maar even gaan halen, dan gaat het wat sneller. Het had zijn tijd nodig. Ieder touwtje moest één voor één door. En je had tijd. Ik had ook tijd. We hadden samen tijd.
Tussen hemel en aarde
In deze laatste weken is er iets heel magisch gebeurd, mam. Ik voelde in onze relatie altijd wat scherpe vlijmpjes. Die scherpe vlijmpjes in mijn relatie met jou smolten als sneeuw voor de zon. Kennelijk hadden jij en ik dit proces nog nodig. Er werd iets geheeld waar ik mijn hele leven last van heb gehad. Ik kon je alleen nog maar met liefde omarmen. Ik nam je bij de hand en begeleidde je naar wat komen zou. Ik had het gevoel dat ik samen met jou op de drempel stond. Ik hield je aan de hand en ik gluurde alvast even om het hoekje voordat jij over die drempel stapte. Bizar dat er een overlijden nodig is om dit op te lossen. Ik kijk met een vredig gevoel terug. Ik wist al dat er meer tussen hemel en aarde is. Nu weet ik écht zeker.
Brancard
De doodgravers komen binnen. Het is carnavalszondag, buiten is eerder de lichtjestocht van de carnaval voorbij getrokken. Zij hebben een bijzonder beroep. Paula slaat verrukt haar hand voor haar mond: ‘Wat ligt ze er vredig bij!’ Tijdens je laatste snik lag je met mond open en je ogen wilden zich niet sluiten. Toen ik een half uur later je kamer weer binnenkwam, had je gezicht zich als vanzelf in een vredige glimlach gesloten, als een mirakel. Hoe dan? Ik kan alleen maar bedenken dat je het leven op aarde hier in vrede hebt afgerond en vredig over de drempel bent gestapt.
Samen met Rens en Paula leg ik je op de brancard en sluit ik het laken zachtjes over je heen. Paula legt nog een tulp op je en de verplegers draperen een zachte oranje deken met vlinders over je heen. In mijn eentje rijd ik je door de kliniek naar de auto. Ik voel me alleen, wat is dit zwaar als je je moeder alleen naar de lijkauto moet rijden. We schuiven je samen in de auto.
Stef is net zijn nachtdienst begonnen en voelt de zwaarte. Hij loopt met me mee en geeft mij een stevige knuffel. Het is zijn eerste taak van de nachtdienst. Nachtzuster, nog zo’n bijzonder beroep. Ik laad jouw koffertje en spulletjes in mijn auto en rijd naar jouw huis. Mijn laatste nacht in mijn ouderlijk huis is aangebroken en ik neem afscheid.

@ Waar het leven schuurt, groei je. Luc Schouten verbindt, verzorgt en focust. Is een overlever en leidt een team van global risk managers bij een internationaal informatietechnologiebedrijf.