Haar naam was Daniëlle - Claudin Martina

Haar naam was Daniëlle - Claudin Martina
Zij was een van de eersten die me warm en enthousiast verwelkomde toen ik als tiener op een zondag de kerk in Rotterdam binnenliep. Wij waren net van Curaçao naar Nederland verhuisd.
Ik voelde me meteen thuis in die kerk. Op dat moment had ik geen idee wat het leven allemaal zou brengen - laat staan dat zij een van mijn vriendinnen zou worden.
Die coole tante
Ze was ouder dan ik en werd mijn jeugdgroepleidster maar dat leeftijdsverschil heb ik nooit gevoeld. Ze behandelde me als haar gelijke. We konden uren praten. Wat hadden we veel om uit te wisselen we raakten niet uitgepraat.
Later trouwde ze en kwam er een gezin bij. Ik werd de ‘coole tante’ die overal aan meedeed en dus was ik ook voor haar kinderen een graag geziene gast. Toen ze van baan wisselde en nagelstyliste werd, werd ik een vaste klant. Ze maakte de meest creatieve ontwerpen; nagels waar mensen altijd naar bleven kijken. Maar die afspraakjes werden meer dan alleen nagels doen. Het werden momenten van verdieping. We deelden verhalen, adviezen, frustraties, dromen en vooral heel veel lachbuien. Wat kon ze genieten van mijn grapjes.
Zelfs toen zij met haar gezin emigreerde, bleef het contact bestaan. Wanneer het kon, zocht ik hen op in het buitenland. Uiteindelijk kwamen ze weer terug naar Nederland en natuurlijk plande ik meteen weer een afspraak in voor mijn nagels. Ik keek uit naar een middag vol gezelligheid, zoals altijd. Maar die dag liep anders.
'We gaan dit samen doen’
Ik kwam binnen en meteen voelde ik dat er iets was. Ze keek me serieus aan en vertelde dat ze knobbels in haar borst had gevonden. Er moesten onderzoeken komen. Zonder na te denken stond ik op, pakte haar hand en zei: ‘We komen hier wel doorheen. We gaan dit samen doen.’
En dat deden we. Er volgden spannende jaren van hoop en teleurstelling. Niet alleen rondom haar gezondheid, maar ook rondom andere gebeurtenissen in het leven. Toch bleven we plannen maken. Blijven hopen, bidden en vooruitkijken naar betere tijden. In december 2024 waren we haar bijna kwijtgeraakt. Maar ze krabbelde weer op en voorzichtig durfden we opnieuw te geloven dat het vanaf daar alleen maar beter kon gaan.
Een paar maanden later kwam het bericht dat ze was uitbehandeld. En toch bleven we hopen. In die periode speelde er ook veel in mijn eigen leven en ons contact raakte meer op de achtergrond. Ze mocht niet meer alleen zijn en er werd een schema gemaakt om bij haar te zijn. Iedereen die kon, hielp mee. Dus ik ook.
De laatste keer dat ik haar in leven zag, schrok ik hoe hard ze achteruit was gegaan. De tranen sprongen in mijn ogen, maar ik kon haar dat niet laten merken. Daar had zij niets aan. Dus ik deed wat ik moest doen. Ik was er voor haar. Ik zorgde voor haar. Ik mocht bij haar zijn in haar laatste vierentwintig uur op aarde.
Rust en onrust
De nacht van zaterdag op zondag zal me altijd bijblijven. Ze was onrustig, alsof ze bang was om te gaan slapen, alsof ze wist wat eraan kwam. Ze hield zichzelf - en mij - bezig. Dan wilde ze naar buiten, dan weer iets anders. Ze wilde niet in bed slapen, dus werd het de bank. Even later moest ze naar de wc. Daarna vroeg ze om thee, water, haar medicijnen. ‘Dit zit niet goed… dat zit niet goed.’ En steeds weer was ik daar. Midden in de nacht keek ze me aan en zei: ’Het is genoeg zo. De kinderen hebben al genoeg meegemaakt.’ Maar ik dacht het is waarschijnlijk de vermoeidheid die praat.
In de vroege ochtend werd ze rustiger. We hadden toen weer zo’n heerlijk gesprek en even viel alle ellende weg. Uiteindelijk viel ze in slaap. Toen ik werd afgelost, lag ze vredig te slapen. Ik durfde haar niet wakker te maken. Ik was gewoon blij dat ze eindelijk rustig sliep. Zondagavond rond 21.15 uur belde ze me nog. Ze vroeg of ik wist hoe lang ze die nacht ervoor had geslapen en of ze me echt de hele nacht wakker had gehouden. Ik stelde haar gerust: ‘Maak je geen zorgen, we komen hier samen doorheen. We zien elkaar maandagavond weer.’ Dat was onze afspraak. Ik zou die avond weer de hele nacht bij haar blijven. Ik zei nog:
‘Zorg dat je je rust pakt, zodat je kunt aansterken.’
Dankbaar
Ik besloot het gesprek met: ‘Love you.’ En zij zei: ‘Love you too.’ Niet veel later is ze heengegaan. Ik was een van de laatsten die haar sprak. Dat besef raakt me nog steeds diep.
En ja, nu - een jaar later, ze overleed op 1 juni 2025 - is het gemis er nog altijd. Haar nummer staat nog steeds in mijn favorieten. Er zijn momenten waarop ik automatisch denk: ik moet haar even bellen. En dan komt dat besef weer. Ze is er niet meer. Maar boven alles voel ik dankbaarheid.
Dankbaarheid dat ik er voor haar mocht zijn.
Dankbaarheid dat ik haar vriendin mocht zijn.
Dankbaarheid voor haar lach, haar warmte, haar liefde.
Haar naam is Daniëlle.
@ Claudin Martina schrijft, spreekt en zingt vanuit ervaring. Ze beweegt zich tussen zakelijkheid en zachtheid met woorden die raken en stiltes die spreken.
Als professional werkzaam bij het Rijk streeft ze naar behoud van menselijkheid, recht en herstel. De hoogtes en dieptes die ze ervaarde, leerden haar te bouwen op haar geloof en identiteit. Ze is ervan overtuigd dat als zíj het kan, een ander het ook kan. Vanuit haar hart inspireert en bemoedigt ze een ieder die ook op weg is.