Als het donker weer aanklopt - Anja van Aken

Als het donker weer aanklopt - Anja van Aken
We zagen het donker niet aankomen. Of wilden het niet zien aankomen. Al jaren lang steekt het soms de kop op, en toch leven we vanuit de gedachte dat het deze keer anders is. Had ik het moeten zien aankomen?
Nu sta ik alleen met de kinderen op een verjaardag, naast een verdrietig kind dat het oneerlijk vindt dat papa niet meegaat. Ik zeg tegen mensen dat het goed gaat, dat balans houden nu even extra mijn aandacht vraagt. Dat er weer andere seizoenen zullen aanbreken. Voor wie doe ik dit eigenlijk?
Als we thuiskomen zijn de gordijnen dicht, het aanrecht vol en de keukentafel onaangeroerd. Jij hebt je teruggetrokken op de slaapkamer. Moet ik je ruimte geven of zeggen dat dit me pijn doet?
’s Avonds dient bedtijd zich aan, maar jij blijft langer op omdat je rust vindt. Ik ga alleen naar bed. Vraagt de nacht minder van je dan de dag?
Het doet verdriet de pijn in je ogen te zien, dat je ons dit niet aan wilt doen. Je wilt het zo goed doen, je moet alles kunnen. Je veroordeelt jezelf, en ik zie je er verder door wegzakken. Ik kan hier niet tegen. Wie zegt dat het niet kunnen geen optie is?
Ik wil niet harder lopen, maar doe het toch. Voor de kinderen, voor jou en voor mezelf. Mijn eigen ruimte schuift stiekem iets meer naar achteren. Waar ben ik zelf eigenlijk voor op de vlucht?
Soms ben ik boos of moe, of bang voor wat er gebeurd als ik mijn eigen pijn echt toelaat. Wat als ik omval en de kinderen geen gezonde ouder over hebben?
Hoe stop ik met compenseren terwijl het gezinsleven gewoon doorgaat? Wat spreek ik uit en wat laat ik liggen? Waar bewaak ik mijzelf? Wanneer vanuit liefde je laten, of uit zorg je terugroepen?
Al - die - vragen.
We spreken ze naar elkaar uit. Antwoorden volgen, niet altijd. Wat volgt is de liefde, die aanwezig is als een allesoverwinnende en onverwoestbare kracht.
Want, lieverd, ik hou in dit donker evenveel van jou. Dit is niet wie jij bent. De schaduw hangt om je heen, maar het licht zit in jou, in wie je bent.
Ik blijf naast je staan. Je hoeft het niet alleen te doen. En je hoeft het niet perfect te doen.
Jij blijft naast mij staan. Ik hoef het niet alleen te doen. En ik hoef het niet perfect te doen.
Onze liefde blijft. Ik zie uit naar het aankloppen van het licht, naar het moment om samen weer te lachen op een zonnig terras.
@ Anja van Aken-Nies (1986) woont met haar man, twee dochters en twee zoons in Groningen. Ze is een betrokken professional in het veld van prostitutie en mensenhandel, spreker en verbinder in het Nederlandse zorglandschap. Anja houdt van missionair leven, van marathons lopen en zoekt naar manieren om het onmogelijke mogelijk te maken - gedreven door haar geloof in God, in menselijkheid en gelijkwaardigheid.